Stanza's van Dzyan

Stanza III-10

Vader-Moeder spinnen een Web,

welks boveneinde bevestigd is aan Geest, het licht der Ene Duisternis,

en het benedeneind aan haar Schaduwzijde, Stof;

en dit Web is het Heelal,

gesponnen uit Twee Zelfstandigheden die Eén gemaakt zijn,

die Swabhawat is.

Stanza III-12

Dan zendt Swabhawat Fohat om de atomen te harden.

Elk is een deel van het web.

De 'Zelf-Bestaande Heer' (Swabhawat) als een Spiegel weerkaatsend,

wordt elk op zijn beurt een wereld.

De Swabhawat ® leer

De Stanza's van Dzyan beschrijven de natuurwetmatigheden van het Heelal en de ontwikkeling van het menselijk bewustworden in versluierde vorm maar in uiterst precies gebruikte taal. De oorsprong van de stanza's is nog veel ouder dan de eerste Indiase en Chinese geschriften en zijn in Tibet bewaard gebleven en in vertaalde vorm einde 19e eeuw door H.P. Blavatsky naar de Westerse wereld gebracht.

Gaan we de geschiedenis van het mensdom na, dan leren we zien dat de mens reeds in vroeger tijden de fout maakte te veronderstellen, dat hij en zijn aarde het middelpunt van het heelal waren. In meer of mindere mate vindt men deze gedachte terug bij vele eminente geleerden. Door deze tendens is het denken van de mens beďnvloed en we zijn even gerechtigd als zij, het anders te willen beschouwen.

Wat wij denkend leven zouden willen noemen is namelijk de verschijning van het ‘Heelal-denken’ in een vorm, zoals de aarde-mogelijkheden dit toestaan. Eén deel van deze verschijning als het voornaamste te beschouwen is even dwaas als slechts één schakel van de ketting te achten. Belangrijk wordt dan niet hoe de mens denkt, maar wat ‘het denken’ is.

Daar dit denken zich in menselijk denken op aarde vertoont, is het mogelijk dit grote denken (waar wij een verschijningsvorm van zijn) te doorvorsen tot zijn kern. Dat wil zeggen het zoeken van het ‘onveranderlijke’ (grote weten), dat in zijn ‘veranderlijke verschijningsvorm’ (mens-denken) verschijnt. Dit is tevens de naam van deze beschouwingswijze: 'Swabhawat'.

 Swabhawat:

het veranderlijke van het onveranderlijke.

Etymologie:

Su:

volmaakt schoon.

Swa:

het Zelf.

Bhawa:

Wezen of toestand van het Zijn.

 Maar belangrijker dan de naam is de wijze van denken die er achter schuilt. Deze wijze van denken wordt  in het kernwerk de 'Swabhawat, de korte weg tot wijsheid' van Saswitha uitvoerig uit de doeken gedaan terwijl een eenvoudiger, maar minder ver en diepgaande vorm hiervan te vinden is in 'De inleidende Swabhawat'.
De Swabhawat leer heeft zijn wortels in de Stanza's van Dzyan, maar brengt die oude wijsheid in een vormgeving,  aangepast en begrijpelijk voor de mensheid van de huidige tijd zodanig, dat deze voor ieder mens verhandelbaar is in de praktijk van de gewone alledaagse levensgang zonder zich daarbij te verliezen in diepzinnige hoogdravende maar niet te verhandelen begrippen.

De Swabhawat leer is dus de leer van de veranderlijkheid van het onveranderlijke leven en baseert zich op vastgestelde natuurwetten die buiten tijd en ruimte geldig zijn. Een natuurwet is een wet, omdat er geen enkele uitzondering op bestaat. Zo zal een daarop gebaseerde leer ook geen uitzonderingen kennen en is dus onder alle omstandigheden en voor elke tijd geldig. Dit geeft derhalve een bruikbaar handvat voor het leven.

De Swabhawat toont aan, dat we 'dit' aan 'dat' kennen , en 'dat' aan 'dit', maar 'dit' op zichzelf staand kennen wij niet, evenmin als 'dat', want we kennen beide slechts aan de wederkerige verschillen met elkaar. Wat is dus het begrip van iets, anders dan uitsluitend het verschil tussen twee dingen? Wanneer een bepaald bedrag gegeven wordt dat een verschil tussen twee kapitalen is, dan is het niemand mogelijk daaruit af te leiden, welke kapitalen er bedoeld worden, maar met het verschil, het bedrag, kan worden gewerkt. Dit is de feitelijke betekenis van de oude Oosterse uitspraak: 'twee verborgen, één geopenbaard' .

Evenzo is de mens nimmer in staat de eerste oorzaak of hoe men dat ook wil noemen, zelfs de eenvoudigste verschijningsvorm van iets, als iets anders te begrijpen of te omvatten in het denken dan als 'verschil' tussen 'waarnemer' en 'waargenomene'. Het zoeken naar een rustpunt, een begin of wat dan ook in dit heelal, is daarom dwaasheid. Beter is te leren werken met de waarneming der verschillen en met het verschil zelf. De mens is dus een verschilsbewustworder en hij bouwt zich zijn hele wereldbeeld op als verschil tussen binnen en buitenwereld door het waarnemen van verschillen met zijn zintuigen volgens de mogelijkheden maar ook volgens de onmogelijkheden daarvan. Zo zal het waarnemingsbeeld van een rode roos bij een kleurenblinde anders zijn dan die bij een kleurenziende ofschoon de roos dezelfde is; zijn wereldbeeld zal wat kleur betreft anders zijn.

In de verschilsbewustwording kan niets hetzelfde zijn, daar iets moet verschillen met iets anders wil het waargenomen kunnen worden. Derhalve is ook elk mens weer anders en, zoals Jung reeds stelde, een onvergelijkbare grootheid ofschoon de wetmatigheden voor iedereen gelijk zijn. Hij kan dus alleen maar handelen op basis van zijn eigen mogelijkheden om tot ervaringsgroei te komen, met de eigenschappen van een ander kan hij niets want die zijn hem wezensvreemd.

Volgens de Swabhawat is het enige onveranderlijke in het Heelal dat alles verandert. Het leven is dus een niet te stoppen bewegen en niets blijft in dezelfde staat. De mens kan uitsluitend reageren op bewust geworden krachtsverschillen volgens de eigen mogelijkheden en door handeling proberen daarmee in evenwicht te komen. Dit bereikte evenwicht geeft vergroting van de ervaring, maar is echter een momentopname daar niets in dezelfde staat kan blijven. Zo blijft de mens onveranderlijk zoeken naar evenwicht in het veranderlijke.

Met de Swabhawat denkscholing kan de mens in spiegelend denken leren wat de natuurwetten zijn en hoe hij hiermee zijn eigen leven inrichten en zijn mogelijkheden ontplooien kan teneinde eenheidsstrever te worden, in evenwicht met zichzelf en het hem omringende. Hij komt dan tot de bewustwording dat:

Leven is de echo van het Heelal

die zich buigt over zichzelf

ter onderzoek naar zijn tegengesteldheid

Saswitha